Geschiedenis

Geschiedenis

Het begin


In september 1945 werd een eerste initiatief tot het ontplooien van roeiactiviteiten genomen door twee leden van het Corpus Studiosorum in Universitate Libera Reformata Sub Voce Nil Desperandum Deo Duce. Arie Klapwijk en Luuk Benjamins. Deze twee klopten op een ochtend in september 1945 om 07.00 uur, op weg van een corpsfeestje naar huis, aan bij C.C.F. Gordijn professor aan de Vrije Universiteit (hij die als sportleider de studenten stimuleerde 'aan het eigen lijf te denken') in Zwolle. Gordijn kende hen niet en wist niet wat zij kwamen doen aangezien ze 'een tikje opgewekter waren dan je doorgaans meemaakt'. De vrouw van Gordijn wist hier wel wat op en na het eten van een paar haringen en een schaal capucijners bleek dat zij afgezant waren van het corps en van Jan Watering, die een algemene sportverening wilde oprichten. Gordijn was wel voor dit plan te vinden, zij het dat er toch nog enige tijd overheen ging voor het enigzins vaste vormen begon aan te nemen.

Om de contacten tussen alle 'burgers' van de universiteit te stimuleren (de cavitasgedachte) werd in september 1945 de Commissie tot bevordereing van de culturele en lichamelijke belangen van de studenten aan de VU (CoSCuVU) opgericht, waaruit in november 1945 de Algemene Sportvereniging aan de Vrije Universiteit (ASVU) ontstond.


Het eerste botenhuis

Het is inmiddels 1947-1948. Voor een bedrag van Hfl 10.000,- werd van Wildeboer- gymnastiekleraar die een eigen roeiclubje had opgericht- het drijvende botenhuis, daterend uit 1898, bij het Kalfje plus inboedel gekocht. Die inboedel bestond uit drie overnaedsche vieren. Eveneens was bij de prijs inbegrepen de versleping van het botenhuis naar een ligplaats bij de Berlagebrug.

Het was Gordijn bij het roeien vooral te doen om het bijbrengen van verantwoordelijkheid voor elkaar. Achteraf bekeken vindt hij zijn methode - roeien naar het Kalfje of Ouderkerk voor een kop koffie-pedagogisch gezien niet de juiste.


Werf Hinloopen

De grote stimulator Gordijn was inmiddels in 1953 bij de ASVU weggegaan, maar hij vond een waardig opvolger in de persoon van Jelle Nauta, die door Gordijn onthaald werd met de woorden:" Het is fijn dat je komt, maar we hebben niets en er is niets, dus je zult wel aan moeten pakken". Onderleiding van Jelle werd een nieuwe accomodatie gevonden bij de werf Hinloopen aan de Omval (1954). Het was hier echter niet veel beter: kleedkamers waren er niet, men moest zich verkleden achter een boot. Waterdicht was het er ook niet, getuige het feit dat er bij regen water in de boten stond. Kortom het bleef tobben.


Vestiging aan de Bosbaan

Om eindelijk uit de misere te komen werden er plannen gemaakt om een eigen botenhuis te krijgen. Met de gemeente zijn daarover verschillende gesprekken gevoerd, met name over het ter beschikking stellen van grond. Zoals de open plek tussen Poseidon en Willem III. Om financiele redenen, borgstelling of iets dergelijks ging dit echter niet door. Inprincipe stonden de directeuren van de VU toen niet afwijzend tegenover het idee een eigen botenhuis te laten bouwen, te meer daar men ook al doende was met de voorbereidingen van de oprichting van een zelfstandige roeivereniging aan de VU, het latere Okeanos.

Een poging om een onderkomen onder de Berlagebrug te vinden mislukte ook en de suggestie werd toen gedaan:"Doek toch de zaak op en kom bij de gemeente roeien!"

Kortom, het feit dat de gemeente toen geen grond kon aanbieden heeft de ASVU in 1956 aan de Bosbaan doen afmeren.


Het Corps

Van het begin af aan is het roeien een corpsaangelegenheid geweest en waren de ploegen disputair ingedeeld, waarbij ook vrij veel dames actief waren, met name de Palladen.

Deze corps-achtergrond van de roeiers verloochende zich niet: menigmaal kwam het voor dat, als afgesproken was zaterdagochtend te roeien, de heren stomdronken in jacquet aan kwamen zetten. Men wilde zich vaak niet verkleden, overhemd en vest mochten niet uit en uiteindelijk ging men met jacquet en al de boot in; de enige concessie die gedaan werd was dat de boord los ging.



Dispuutssportdagen vormden de belangrijkste reden voor een intensieve voorbereiding.Zo kon het gebeuren dat enkele dispuutsploegen zelfs gedurende drie maanden één à twéé keer per week trainden, bij voorkeur op uren dat er geen spionnen van andere disputen te verwachten waren. Een goede stimulans was het zogenaamde voorroeien bij sportleraar Jelle Nauta, die dan op grond van bewezen of niet bewezen vaardigheden besliste welke ploeg in de slankste van de twee maasvieren mocht uitkomen.

Het is niet verbazingwekkend dat de preases van de ASVU in zijn op 3 december 1957 uitgesproken jaarrede stelde dat binnen twee a drie jaar een algehele vernieuwing van het boten materiaal nodig zou zijn.

Het is de vraag in hoeverre dergelijke gebeurtenissen verband houden met de actie van enkele corpsleden om te komen tot het oprichtten van een roeivereniging aan de VU, zodat deze sport zou worden gestimuleerd en het botenmateriaal een beheersvorm zou krijgen.



7 November 1957: Okeanos opgericht

Het corpsroeigezelschap Okeanos werd op 7 november 1957 opgericht door een aantal mensen die bij andere roeiverenigingen roeiden of geroeid hadden. Eerste preases was Wolter Sillevis Smitt (dispuut Iumbo), initiatiefnemer en mede oprichter met Theo Kapteyn (dispuut Agora). Agora bracht roeitalent en rood en groen in, Iumbo het organisatietalent.

Wegens hun verdiensten werden beiden in 1962 benoemd tot erelid.

In de jaarrede van de rector corporis, opgenomen in de Almanak van 1959 werpt een kromme zin een zeker licht op de relaties in die tijd: daar werd namelijk gewaagd van 'de zeer constructieve houding die het ASVU bestuur daarentegen tegenover het corpsgezelschap aannam'. Dat het verband niet beperkt is gebleven tot de aangenaamheden mag worden afgeleid uit het feit dat de zorg voor het botenmateriaal werd opgedragen aan de materiaalcommissaris van het Okeanos bestuur, dankzij wie de in 1957 al vrijwel afgeschreven boten ten lange tijden gebruikt zijn gebleven. In 1960 krijgt een bestuurslid de leiding over de ASVU-roeisectie. Het vertrouwen was er dus, en bleef.


De eerste wedstrijden:1958

Hoewel er sinds de oprichting wel het een en ander was gebeurd moest in 1958 de eerste wedstrijdploeg van Okeanos nog gevonden worden. Om in deze lacune te voorzien werd de dispuutsroeiploeg van de O.V. Agora ingehuurd omdat deze tijdens de sportdagen het minst lang over de 1000 meter gedaan had. Deze ploeg werd vervolgens als het ware geadopteerd door de roeivereniging Willem III. Twee gerenomeerde roeiers van deze vereniging, oud- Europees kampioen Ton Neumeyr en zijn pupil Cees Dusseldorp, verzorgden de indoor en outdoor training, en coaching wanneer in een boot van Willem III op de Amstel getraind werd. De ploeg werd na korte tijd versterkt door een lid van O.V. Seneca, Nanna Kalma deie samen met Ton Boekkooi, Kees Plomp, Theo Kapteyn en Stuurman Nikkel van Marle uit Iumbo vormde de eerste wedstrijdploeg van Okeanos.


Okeanoskleuren

Toen Okeanos rond 1959 officieel aan wedstrijden ging deelnemen, liet zij de keus van een passend tenue over aan de meest succesvolle ploeg, de vier van O.V. Agora.

Deze vond de eigen dispuutskleuren 'rood en groen' wel zo mooi en 'drukte het idee door' bij de andere wortel der vereniging Iumbo, waar mensen als W. Sillevis Smitt, B. de Gaay-Fortman, J. Ubbink en N. van Marle zich meer druk maakten om de organisatorische basis van het jonge Okeanos dan om rood en groen.


Laga lustrum 1971

En op 3 en 4 juli: het Laga Lustrum. Over deze mijlpaal in Okeanos' roeihistorie dan nu Harm Losekoot aan het woord:

"Al enige jaren kende Okeanos een en dezelfde wedstrijdploeg: de enige. Cees Groen, Jaap Vlught, Harm Losekoot en Alexander Kuyper roeiden zich overnaedsch naar menige tweede plaats. De overstap werd gewaagd naar de 4+, de Samuel Pepys, vernoemd naar de 17e eeuwse Engelsman, geschiedschrijver en gladde vrouwenveroveraar de Lage Landen. Wij betradden de arena der nieuwelingen, zoals de beginners toen heetten.

Wij schrijven zaterdag 3 juli. Het was hartje zomer en warm. Onze toen nog steeds niet gecoachte ploeg had geen moeite met het slecht roeiende Euros; van Aegir werd vervolgens na een geweldige vechtpartij gewonnen. In de finale kregen we Argo tegen ons, Argo was nergens. Op de 1000 meter hadden wij een straatlengte voorsprong en mijn handen jeukte bij de gedachte aan een blik. Ja, ja het eerste 2000 meter blik was getrokken. De vreugde was groot en de prijs was een zilveren riem, een schaalmodel. Het winnen bij Okeanos was op kleine schaal begonnen."


Definitief geankerd aan de Bosbaan

Er werd een huurcontract met de gemeente Amsterdam gesloten voor de huur van een Bosbaanloods, hetgeen erg plezierig was omdat er sprake was van een nieuw te bouwen roei-home, waarin, zo vond Nereus, Okeanos en Skoll samen onderdak zouden moeten vinden. Dit was voorlopig van de baan, maar de schim van een dergelijke 'vereniging zou herhaaldelijk blijven opduiken, een nachtmerrie voor de VU-roeiers. De leus van de jaren zeventig werd:' Okeanos nabij het Bos' , in de onmiddelijke omgeving van de 'Alma Mater', die verbleef in het in 1970 voltooide VU-hoofdgebouw aan de Boelelaan.


Zomer 1973

Het wedstrijdseizoen is achter de rug. Enige tervredenheid over de stijging van het aantal wedstrijdroeiers en de meer dan evenredige groei van het aantal blikken heerst temidden van het selectieve groepje actieven.

Een stel Okeaniden tracht in de Amsterdamse bars af te trainen en de gemiste kansen van afgelopen seizoen te verdrinken. Dan, op de barkrukken van een studentensoos, tevens doelwit van een ledenwerfactie, wordt het idee van een Okeanosbar geboren. Als beginnetje wordt een der aanwezige barmeubels 'geleend'. De inrichting van de geprojecteerde bar begon enige vorm aan te nemen. Een aantal nachtelijke strooptochten, criminaliteit van het lichtste soort ten behoeve van de ontspanning in gereformeerde kring, leverde vervolgens een compleet, zij niet uniform, glasservies op. Met zelfwerkzaamheden in de loodsen 11 en 12 werd een barruimte gecreeerd. Het niets bestond uit een noestehouten werkbank, een stuk loods en een lap van 4 bij 6 meter, op haar fluwelen kop getikt bij een voddenboer.

De leden vonden het in ieder geval best, al lieten ze op de tot de soosavond uitgeroepen, ijskoude winterse donderdag avonden verstek gaan. Kleumend stonde de keeper van het eerste uur zijn barre dienst uit of hij zat met een pot thee of pils bij de pakken en muizen neer, in de kille hoop dat op den langen duur de bar als trefpunt zou gaan vervullen. Strijd tegen de kou, die door de hoeken en gaten, ijzer en beton heendrong en de feesten tot het dansen der tanden vervormde, strijd tegen de muis, die het bekende 'je maintendrai'-assortiment van rondo's, pennywafels e.d. zware verleizen toebracht en die soms als een schrikbeeld voor zijn vriendjes boven de bar begelde, strijd tegen de vervuyiling, die bij gebrek aan water en bij luiheid der leden van het serviesgoed bezit nam, strijd tegen de onbetaalde selfservice..... en verder allen maar thee, koek, thee, koek en nogmaals thee, plus een enkele Berenburg voor de gelukkige, die (nog) niet in training was of voor de ongelukkige, die met zijn skiff was omgeslagen.



Zelf zou ik willen afsluiten met de woorden gesproken door voormalig Preases h.t. der RSVU Okeanos M.A. van Heezen:" Wanneer wij het historisch besef niet verliezen en de juiste instelling behouden zal Okeanos tot in de lengte der dagen blijven voortbestaan.



Bron: Lustrumboek ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van Okeanos.