Nabeschouwing ZRB

Nabeschouwing ZRB

13-05-2019 | Claartje Ottens | Nabeschouwing ZRB

De ZRB, na de Varsity misschien wel de gekste wedstrijd van het seizoen. Onze zuiderburen in het Tilburgse doen elk jaar weer een dappere poging om er een goed georganiseerde wedstrijd van te maken, maar met een luttele 4 wedstrijdbanen en bijna geen plek om op te roeien mondt het meestal uit in een verwarrende hoop van boten die allemaal een andere kant opmoeten. Jaromir, slag van EJZ '19 schrijft over zijn ervaringen tijdens deze wedstrijd en de zeldzame vertoning van drinkende weddies.

Daar lagen we aan de start van de A-finale op de ZRB en er stond iets op het spel. Beginneling af worden, iets wat al jaren niet meer is voorgekomen bij een EJZ 8+ ploeg van onze mooie vereniging. De kans om te winnen was nog nooit zo groot als nu, maar je hebt nog iets waar te maken, dus: domineren die handel. Zo gingen we de race in. Er was na de start nog maar weinig verschil met de op dat moment beste tegenstander - Triton. Toch liepen we langzaam maar zeker uit, wat elke 500 meter veranderde doordat ze met pushes probeerden te naderen, met nadruk op probeerden. Elke poging werd met daadkracht afgeslagen tot we de eindsprint inzetten, waarna het gat alleen maar groter werd. Toen hoorde ik op 100 meter voor de finish gejuich vanuit de boot en het enige wat ik dacht was 'Het gaat me verdomme niet gebeuren dat iemand nu verzaakt, wij afzakken en Triton alsnog wint, no way.' Met die boosheid heb ik mijn voetenboord nog 10 keer laten kraken en daarna was het juichen eindelijk terecht. Een supervette race achter de rug en beginneling af! Dat biertje smaakte heerlijk en niets is zo mooi als het moment dat je op het podium staat en er voor je gezongen wordt. We hebben het verder gevierd, genoten tot in de late uurtjes (jawel, 23:00 is laat) en mochten het kunstje zondag nog een keer overdoen. Of nouja, dat was het plan. Met de prestatie uit de voorronde hadden we netjes de A-finale bereikt, maar we wisten dat met frisse tegenstanders, het zuur in de benen en alle alcohol dat achterover is gekanteld (welgeteld 1 glas bier en 1 glas champagne) een winst onwaarschijnlijk was. Het doel werd bijgesteld: we gaan voor de winst op de 1000 meter, waar Jelmer een meter bier per persoon op had gezet. Door het overwinningsbiertje van de dag ervoor waren we dorstig naar meer, dus we waren vastberaden om die 1000 meterlijn als eerste te passeren. Echter, door een kamprechter die sprak alsof hij net een uitbrander had gekregen van de lokale bibliothecaresse met een harde sis en een strenge blik,  kwam de start toch vrij onverwachts en lagen we na een haal of 20 al een halve bootlengte achter. Op de vierde plek. Met hard werken liepen we weliswaar in, maar kwamen er niet voorbij. De winst op de 1000 meter en de beloning van totaal 9 meter bier waren we helaas misgelopen. Desondanks hebben we de race uitgevaren met de krachtgevende gedachte dat we dan misschien geen meters goudgele rakkers zouden krijgen, maar dat er toch zeker voldoende pretcilinders klaar zouden staan op de blikkenborrel en dit gevierd kon worden met fantastische mensen. En niets is minder waar. Door de gezelligheid, een paar glazen spraakwater en de alcoholtolerantie van een kolibrie waren we al snel klaar voor de ‘coup de triomphe’ om vervolgens van alles te genieten wat god ons verboden had. Na dit alles werd ik wakker en ervaarde ik iets wat ik sinds het intrainingsfeest niet meer had meegemaakt: ik was brak. En ik was compleet vergeten hoe ellendig brak zijn was. Ik draaide me nog een keer om en voelde wat ongewoons op mijn kussen. Het voelde nogal ruw, maar ik kon nog beredeneren dat het waarschijnlijk niet mijn kussen, maar de korte haren op mijn hoofd waren. Ik stond op en wilde niet in de spiegel kijken, toch liep ik naar mijn badkamertje en keek. Ik kon alleen maar lachen, want ik mag dan wel kaal zijn, maar die kale heeft wel gewonnen.